
De RijnGouwelijn Oost loopt van NS-station Gouda tot de westrand van Leiden. De tramlijn krijgt op die route ruim twintig haltes: in Gouda, Waddinxveen, Boskoop, Alphen aan den Rijn, Zoeterwoude, Hazerswoude, Leiden en Oegstgeest. Waar de haltes komen is in de meeste gevallen duidelijk, maar vooral op de exacte plek van de Leidse haltes wordt nog gestudeerd.
De trams rijden op het oostelijke deel van de RijnGouwelijn grotendeels over hetzelfde spoor als de treinen. Vlak voor Leiden slaan ze definitief af. Dan gaan ze over een eigen spoor door de Leidse binnenstad.
Bij station Leiden CS duiken de trams vervolgens onder het treinspoor door en gaan ze westwaarts via de Leeuwenhoek en het BioSciencePark naar de halte Leiden Transferium. Daar gaat de RijnGouwelijn Oost naadloos over in de RijnGouwelijn West.
Beter bereikbaar
De Randstad blijft onverminderd populair. Nog steeds verhuizen er meer mensen naartoe dan andersom. Dat geldt ook voor het gebied langs de toekomstige RijnGouwelijn Oost. En dat betekent extra woningbouw, extra bedrijvigheid en dus ook extra verkeer. Niet alleen historische steden als Gouda en Leiden merken dat, ook plaatsen als Alphen aan den Rijn en Waddinxveen kampen met bereikbaarheidsproblemen.
In de aanloop naar de RijnGouwelijn hebben veel gemeenten langs de Oosttak al rekening gehouden met de nieuwe tramverbinding. Vaak hebben ze er hun ruimtelijke plannen ook op afgestemd: van het nieuwe stadhuis in Gouda tot de nieuwbouwwijk Triangel in Waddinxveen, en van de metamorfose van de stationsgebieden in Boskoop en Alphen aan den Rijn tot de gestage groei van het Bio Science Park in Leiden. Al die projecten trekken nieuwe bewoners, forenzen, studenten, scholieren en bezoekers. De RijnGouwelijn biedt juist hen een hoogwaardig alternatief voor drukke wegen en volle parkeerterreinen.
Afspraken
Alle gemeenten langs het traject van de RijnGouwelijn-Oost hebben in juli 2005 een eerste bestuursovereenkomst ondertekend. Daarin zijn afspraken vastgelegd over onder andere ieders financiële bijdrage, de risicoverdeling en de planning. Sindsdien heeft de provincie in aparte bestuursovereenkomsten nog aanvullende afspraken gemaakt met Gouda, Leiden en Zoeterwoude.
Voor het gedeelte Gouda-Alphen aan den Rijn onderhandelt de projectorganisatie momenteel met aannemers over de uitvoeringscontracten. Het werk aan het tracé start in 2010 en is het klaar in 2012. De grondverwerving is nagenoeg rond. Bovendien komt er een studie naar de haalbaarheid van een halte Westergouwe. Dat zou dan de derde halte in Gouda worden, ter hoogte van de Zuidplaspolder. De studie moet antwoord geven op vragen als: is er voldoende vervoerspotentieel voor een halte, kan de halte worden ingepast en wat kost dat dan?
Ook voor het gedeelte Alphen aan den Rijn-Leiden komt de uitvoering dichterbij. ProRail werkt aan één contract dat in de loop van 2010 wordt aanbesteed. Inclusief grondwerk en ruwbouw van vrijwel alle haltes. Door aanvullend onderzoek wordt bovendien gekeken naar de veiligheid van overwegen en de noodzaak en haalbaarheid van ongelijkvloerse kruisingen.
In Leiden werken gemeente en provincie samen aan een nieuw bestemmingsplan. Daarbij hoort ook nader onderzoek naar het geluid en de trillingen die de trams veroorzaken. Dan gaat het om de mogelijke gevolgen daarvan voor gevoelige onderzoeksapparatuur in het LUMC en het BioSciencePark en de woningen en bedrijven langs de Hooigracht en Langegracht. Bovendien komt er nog een onderzoek naar de archeologische aspecten. De RijnGouwelijn loopt straks immers deels door het voormalige stroomgebied van de Rijn.
Financiën
De aanleg van de RijnGouwelijn Oost is begroot op 335 miljoen euro. Diverse partijen delen de kosten: het Rijk (144 miljoen euro), gemeenten (53 miljoen euro), provincie (117 miljoen euro). Het financiële risico ligt bij de provincie. Wordt de aanleg duurder, dan komen de extra kosten dus voor rekening van de provincie Zuid-Holland.
Klik hier voor meer informatie over de historie van het project RijnGouwelijn.












